Nieuw: Compacte Wegwijzer voor versterken van informatieveilig gedrag

Hoe bevorder je informatieveilig gedrag van zorgmedewerkers? De Compacte Wegwijzer van IVGZ biedt zorgorganisaties praktische handvatten. ‘Deze helpt bij het ontwikkelen van een projectmatige aanpak om informatieveilig gedrag te versterken en betrokkenen snel hierover te informeren’, zegt Lourens Dijkstra, een van de auteurs (1).

Natuurlijk, de meeste medewerkers weten best dat ze een veilig en uniek wachtwoord moeten kiezen voor hun online accounts. En dat ze gevoelige bedrijfsinformatie niet moeten invoeren in een AI-chatbot. Maar betekent dit dan ook dat het nooit gebeurt? Zeker niet. Kennis en bewustwording leiden namelijk niet automatisch tot veiliger gedrag, legt Dijkstra uit. ‘Het is belangrijk om eerst inzicht te krijgen in het gedrag. Pas als je weet waarom medewerkers iets (niet) doen, kun je effectief sturen op gedragsverandering.’

Gedragsanalyse

De Wegwijzer voor informatieveilig gedrag biedt een praktische, stapsgewijze aanpak om informatieveilig gedrag van medewerkers te versterken. De kracht van deze aanpak schuilt in de gedragsanalyse: het zorgvuldig doorgronden van wat medewerkers nodig hebben om het gewenste gedrag te kunnen en willen vertonen. Door hier gestructureerd mee aan de slag te gaan, kunnen zorgorganisaties gericht werken aan informatieveiligheid als onderdeel van het dagelijks handelen.

Beknoptere versie

Dijkstra vertelt dat de aanpak werkt: ‘Dit blijkt uit de ervaringen die zijn opgedaan in de diverse zorgbranches. We hoorden echter ook terug dat het best wat tijd kostte om de Wegwijzer, die meer dan 100 pagina’s omvat, goed te doorgronden. Om zorgorganisaties extra handvatten te bieden, hebben we daarom een compactere versie gemaakt: Aan de slag met informatieveilig gedrag; de Wegwijzer voor iedere zorgorganisatie. De kracht van deze nieuwe Wegwijzer ligt in de eenvoud en focus. En in het snel kunnen informeren van belangrijke stakeholders. Ook staan er in de Compacte Wegwijzer verwijzingen naar handige tools die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld.’

Compacte Wegwijzer

Download de Compacte Wegwijzer

Stapsgewijze aanpak

De Wegwijzer bestaat uit 6 concrete stappen:

1. Voorbereiding
Meestal geeft een directeur opdracht om met het versterken van de informatieveiligheid aan de slag te gaan. In de voorbereidende fase vormt (doorgaans) de expert informatieveiligheid een multidisciplinair kernteam, bestaande uit bijvoorbeeld een lid van bestuur of management, privacy officer, communicatieadviseur en opleidingsadviseur. Dit kernteam kiest het belangrijkste informatieveiligheidsprobleem, waarbij medewerkersgedrag een rol speelt. Bijvoorbeeld: het melden van datalekken. Vervolgens gaan de leden van het kernteam aan de slag met het gekozen probleem. Ze stellen een plan van aanpak op. Hierbij betrekken ze de opdrachtgever en andere belanghebbenden. Zo creëren ze draagvlak en een gevoel van urgentie binnen de organisatie. Kernteamleden komen regelmatig bij elkaar om de stappen uit de Wegwijzer te doorlopen.

2. Doelgedrag bepalen
Welk gedrag wil de zorgorganisatie zien bij medewerkers? Door het doelgedrag duidelijk te formuleren (bijvoorbeeld: medewerkers melden een datalek), schept de organisatie duidelijkheid en eensgezindheid over wat ze precies verwacht. Dit maakt de beoogde verandering bovendien meetbaar.

3. Gedragsanalyse
Wat verklaart waarom medewerkers (on)veilig werken? In de derde stap onderzoekt het kernteam wanneer medewerkers het doelgedrag wel of niet vertonen. Welke factoren belemmeren of bevorderen het uitvoeren van het doelgedrag? Om deze vraag te kunnen beantwoorden interviewt het team collega’s met behulp van de COM-B-gespreksleidraad.

Het COM-B-model gaat ervan uit dat drie factoren van invloed zijn op het gedrag (Behaviour): Capaciteit (zijn mensen in staat het juiste gedrag te vertonen?), Omgeving (krijgen ze de kans om dit gedrag te vertonen?) en Motivatie.

Om bij het voorbeeld van het datalek te blijven: het blijkt dat medewerkers datalekken niet melden, omdat er geen systeem is om dit te doen. En ook, omdat hun collega’s evenmin datalekken melden (Omgeving). Verder twijfelen ze of melden wel zinvol is en horen ze niet wat er met hun melding is gedaan (Motivatie). Bovendien weten ze niet precies wat er gemeld moet worden (Capaciteit).

4. Interventies kiezen
Als eenmaal bekend is welke factoren het doelgedrag beïnvloeden, is het tijd voor de volgende stap: passende interventies kiezen. Maar eerst voert de expert informatieveiligheid nog een 0-meting uit. Bijvoorbeeld om in kaart te brengen hoe vaak (op maandbasis) er een datalek is gemeld.

Daarna kiest het kernteam een of meer gedragsinterventies. Hierbij kunnen ook collega’s van andere afdelingen worden betrokken. Ze schrijven allemaal hun eigen ideeën op. Vervolgens bepalen deelnemers samen de meest haalbare en kansrijke interventies. Denk bijvoorbeeld aan een instructie, workshop, e-learning, nieuwe werkwijze. Zo kan in de eerder genoemde casus bijvoorbeeld een korte (voor nieuwe medewerkers verplichte) e-learning ‘Wanneer en hoe meld ik een datalek’ een effectieve interventie zijn.

5. Interventies uitvoeren
Bij stap 5 implementeren de ‘actiehouders’ (degenen die verantwoordelijk zijn voor de te nemen acties, bijvoorbeeld een manager, CISO en communicatieadviseur) de gekozen interventies. Met daarbij aandacht voor communicatie, timing en betrokkenheid. Hierbij gaat het om vragen als: namens wie versturen we de boodschap wanneer, wat is een effectief communicatiekanaal? Na het uitvoeren van de interventies volgt een nieuwe meting (1-meting) om te checken of de interventies succesvol waren. Als het resultaat tegenvalt, onderzoeken de verantwoordelijken samen met het kernteam waar dit aan ligt en stellen zij de interventies bij.

6. Verankeren
Samen met het kernteam bepaalt de expert informatieveiligheid wat er nodig is om het doelgedrag te verankeren binnen de organisatie. Denk bijvoorbeeld aan: herhaalde aandacht onder managers. De expert informatieveiligheid evalueert ook het project, legt de resultaten vast in een eindverslag en draagt de nieuwe werkwijzen of producten over aan de lijnorganisatie.

Vanzelfsprekendheid

Informatieveiligheid in de zorg vraagt om meer dan technische maatregelen en beleidsdocumenten. Ook informatieveilig gedrag van zorgmedewerkers is cruciaal. Met de aanpak die is beschreven in de (beknopte) Wegwijzer werken zorgorganisaties aan het versterken van dit gedrag. Zo voorkomen ze dat medewerkers het gevoel krijgen dat ze ‘moeten’ veranderen: zij veranderen hun gedrag, omdat de organisatie hen helpt informatieveilig te werken. Informatieveilig gedrag wordt dan niet ervaren als iets extra’s, maar als een vanzelfsprekendheid.

 

(1) Drs. Lourens Dijkstra MMC CISM is als adviseur/trainer betrokken bij IVGZ. Hij werkt verder als CISO bij zorgorganisatie Lentis, is cyberpsycholoog en spreker op congressen. Hij schreef de Compacte Wegwijzer samen met Demi van Spronssen en Bettine Pluut.

Het programma Informatieveilig gedrag in de zorg wordt uitgevoerd door stichting ECP | Platform voor de Informatiesamenleving in opdracht van het ministerie van VWS.

Logo van
Logo van